|
Non-concurrentiebeding
Een non-concurrentiebeding geldt alleen wanneer dit schriftelijk in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen.
Volgens de wet is een non-concurrentiebeding een beding waarbij een werknemer wordt beperkt in zijn vrijheid om op zekere wijze werkzaam te zijn na afloop van zijn arbeidsovereenkomst. Algemeen wordt aangenomen dat een relatiebeding onder de wettelijke regeling van het non-concurrentiebeding valt.
Een relatiebeding is een beding dat de werknemer verbiedt om na zijn vertrek voor bepaalde derden (klanten, relaties van de werkgever) werkzaam zijn te zijn. Een geheimhoudingsbeding valt niet onder deze wettelijke regeling hoewel deze eenzelfde soort concurrentiebeperkend effect kan hebben als een concurrentiebeding.
Werkgevers twijfelden in het verleden wel eens aan het nut van het overeenkomen van een non-concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst. Als argument voeren zij dan aan dat een dergelijk beding een werknemer er niet van zal weerhouden te vertrekken, daar dit beding op eenvoudige wijze vernietigd kan worden door de rechter. Een rechter kan bijvoorbeeld een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen op de grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Gedeeltelijke vernietiging houdt in dat het beding in tijdsduur, territoriaal gebied of omvang wordt beperkt.
In 2007 heeft de Hoge Raad echter de toetsingsmaatstaven terzake verval van non-concurrentiebedingen aangescherpt, waardoor het voor een werknemer een stuk lastiger is geworden om onder een concurrentiebeding uit te komen c.q. waardoor de mogelijkheden van de werkgever om zich met succes op een concurrentiebeding te kunnen beroepen, zijn versterkt.
Vandaar dat het belangrijk is om bij een beëindiging van uw dienstverband afspraken te maken over de geldigheid van een (eventueel) overeengekomen concurrentie- en relatiebeding na einde dienstverband. |